Gedragscode
Geef kinderen hun spel terug
De campagne richt zich op de overdreven bemoeizucht van (veelal) ouders langs de lijn. Ouders vragen veel van hun kinderen. Ze moeten niet alleen goed zijn op school, maar ook uitblinken op sportief gebied. En dat hoor je. Langs de lijn en op de tribune. Veel ouders moedigen hun kinderen luidkeels aan. Gesteund door het fanatisme van de trainer of coach. Daarbij zijn ze niet zelden zó fanatiek, dat het lijkt alsof ze het spel helemaal willen overnemen, over de hoofden van de kinderen heen. Terwijl het toch gaat om hún spelplezier en lichaamsbeweging.
Uit recent onderzoek van TNS NIPO blijkt dat meer dan negen op de tien ouders (91%) zich in meer of mindere mate te ergeren aan het gedrag van andere ouders langs de sportvelden. We hebben het dan over het opjutten van kinderen, vloeken en schelden, het wijzen van de scheidsrechter op een verkeerde beslissing en het adviseren van de teamleiding.
Geconstateerd mag worden dat dit een maatschappelijk verschijnsel is geworden dat zich steeds vaker manifesteert. Van kinderen wordt, zeker in sportief opzicht, vaak het uiterste gevraagd, terwijl die kinderen gewoon een leuke wedstrijd (een spel) willen spelen; zowel bij hockey, schaatsen, voetbal, tennis, zwemmen of een andere sport. Uiteraard kunnen prestaties een rol spelen, maar het lijkt er vaak op alsof de ouders zélf de wedstrijd spelen, in plaats van hun kinderen. En kinderen hebben daar last van.
Met deze campagne hopen we ouders erop te wijzen dat dit overdreven sturende gedrag niet normaal is en dat het ten koste gaat van het spelplezier van het kind. Terwijl dat spelplezier juist zo belangrijk is voor de gunstige effecten van sport op hun emotionele en fysieke ontwikkeling. Daarom: ?Geef kinderen hun spel terug!?
De campagne
De multimediale campagne is gestart op 8 november 2007. Zowel tv, radio, print, een campagnewebsite, een bannercampagne en PR worden ingezet. Bij de campagne wordt samengewerkt met NOC*NSF. Ook individuele topsporters ondersteunen de campagne, bijvoorbeeld Frank de Boer (voetbal), Bram Lomans (hockey) en John van Lottum (tennis).
De campagne richt zich in de eerste plaats op ouders, opvoeders, trainers en coaches. Het doel is ze bewust te maken van hun gedrag. En ze te laten zien welke impact het heeft op de kinderen. Als zij zich realiseren dat bij het sporten het spelplezier voor kinderen (en daarmee de gunstige fysieke en mentale ontwikkeling die sport juist met zich mee kan brengen) voorop moet staan, zijn ze misschien weer tevreden met de rol van toeschouwer. Ook beoogt de campagne het overdreven fanatisme bespreekbaar te maken tussen ouders en coaches onderling. Dit komt het plezier in het spel en de sfeer op de sportvelden ten goede. De uitingen van de campagne worden steeds afgesloten met de aansporing: ?Geef kinderen hun spel terug.?
www.geefkinderenhunspelterug.nl
Opstellen gedragscode
SV Panningen jeugdafdeling
Met het opstellen van gedragscodes willen we de normen vastleggen waar de jeugdafdeling van de SV Panningen voor staat, met als doelstelling handhaven en bevorderen van de fair play.
1. Over welke doelgroep spreken wij: Bestuur, trainers en leiders, spelers, officials, toeschouwers, ouders en verzorgers en het kantinepersoneel.
2. Opstellen van gedragsregels voor iedere doelgroep.
3. Opstellen van een sanctiebeleid bij overtreden van een norm.
4. Uitvoeren van een sanctie.
5. Aanstellen van een vertrouwenspersoon.
Waarden en normen voor de doelgroepen
Algemeen
1. Respecteer je sport en wie er mee bezig is.
2. Behandel alle deelnemers in je sport gelijkwaardig.
3. Gebruik geen geweld bij sport.
4. Neem verantwoording en beslissingen bij ongevallen.
5. Alcohol en/of roken is prima, maar met mate en volgens gemaakte afspraken.
6. Gebruik materialen en kleding waarvoor ze bedoeld zijn.
7. Draag bij aan een schoon sportpark, dus ruim je eigen rommel op.
8. Samengevat: fair play maakt de sport mooier en gezelliger en siert elke sporter.
Specifieke gedragsregels
Bestuurders
1. De bestuurders zijn op de eerste plaats integer.
2. De bestuurders handelen volgens de statuten.
3. Zorg ervoor dat er gelijke mogelijkheden voor deelname in de sport bestaan voor alle jongeren.
4. Betrek de vrijwilligers in planning, leiding en de evaluatie van alle activiteiten.
5. Zorg voor een goede en regelmatige communicatie.
6. Sta open voor kritiek en ga daar positief mee om.
7. Zorg ervoor dat er goed toezicht van gediplomeerde en ervaren trainers en officials is, die in staat zijn sportiviteit en goede technische vaardigheden te bevorderen.
8. Toestellen en voorzieningen dienen voldoende aanwezig te zijn en moeten voldoen aan de veiligheidseisen en geschikt zijn voor alle jongeren.
9. Als bestuurslid sta je voor de gedragscode en geef je het goede voorbeeld.
10.Distribueer de gedragscodes onder de toeschouwers, trainers / leiders, spelers, officials, ouders , kantinepersoneel en nieuwsmedia.
11.Voer een objectief en rechtvaardig beleid t.a.v. sancties bij het niet nakomen van de gedragscodes.
Trainers en leiders
1. Leer uw spelers dat de spelregels afspraken zijn waar niemand zich aan mag onttrekken.
2. Maak als trainer duidelijke afspraken met de kinderen en handhaaf die afspraken duidelijk. Beloon kinderen voor hun goede gedrag. Geef daarbij zelf het goede voorbeeld.
3. Deel daar waar mogelijk is de kinderen in volgens leeftijd, lengte, vaardigheid en fysieke gesteldheid.
4. Volg het advies op van een arts bij het bepalen of een geblesseerde of zieke speler wel of niet kan spelen.
5. Pas de trainingen aan aan het niveau van de kinderen en houd rekening met de groei en ontwikkelingen van de kinderen.
6. Gebruik het beschikbare materiaal en controleer of het voldoet aan de veiligheidseisen en geschikt is voor de leeftijd en de vaardigheden van de jongeren.
7. Vermijd dat getalenteerde spelers te veel in het veld staan. De minder goede spelers hebben zeker evenveel speeltijd nodig en hebben daar ook recht op.
8. Bedenk dat kinderen voor hun plezier spelen en iets willen leren. Winnen is slechts een onderdeel van het spel.Verliezen trouwens ook.
9. Wees redelijk in uw eisen ten aanzien van de tijd, de energie en het enthousiasme van de jeugdige spelers. Bedenk dat jongeren ook andere interesses hebben.
10.Schreeuw en scheld niet en maak de kinderen nooit belachelijk als zij fouten maken of een wedstrijd verliezen.
11.Bevorder de teambuilding en leer de kinderen dat voetbal een vriendensport is. Zo gaan wij ook met onze tegenstanders, hun trainers / leiders en scheidsrechters om.
12.Accepteer elk lid als persoon.
13.Bezoek de trainers- en leidersbijeenkomsten en bespreek vorderingen en ontwikkelingen van de jongeren met de technisch coördinator.
14.Heb toezicht met 2 vrijwilligers per kleedruimte en bij alle andere activiteiten.
15.Toon belangstelling voor het organiseren van alle activiteiten die plaatsvinden binnen de jeugdafdeling. En help ook mee!
Spelers
1. Voetbal is een vriendensport en zo gaan we met elkaar om.
2. Probeer te winnen op een sportieve manier. Je gaat eerlijk en sportief om met de medespelers en tegenstanders.
3. Onsportiviteit van de tegenstander is nooit een reden om zelf onsportief te zijn.
4. Wijs je teamgenoten gerust op onsportief of onplezierig gedrag.
5. De tegenstander gelukwensen met het behaalde succes als je zelf de verliezer bent en laat je niet ontmoedigen door een nederlaag.
6. Speel volgens de bekende of afgesproken wedstrijdregels.
7. Aanvaard de beslissingen van de scheidsrechters. Praten kan na de wedstrijd in het kleedlokaal.
8. Praat met je trainer / leider, teamgenoten of ouders over wat je van dingen vindt en over de zaken die je moeilijk vindt.
9. Steun de mensen die het mogelijk maken dat jij kunt voetballen / sporten.
10.Gebruik de beschikbare kleding en materialen netjes en laat geen rommel achter op het sportpark.
Officials
1. Pas de regels aan het niveau van de spelers aan.
2. Gebruik uw gezond verstand om ervoor te zorgen dat het plezier van de jeugd in het spel niet verloren gaat door teveel ingrijpen.
3. Geef daar waar het verdiend is beide teams een compliment voor het goede spel en sportiviteit.
4. Wees duidelijk, onpartijdig en beleefd bij het constateren van fouten.
5. Beoordeel opzettelijk 'fout spel' als onsportief.
6. Geen woorden maar daden. Zorg ervoor dat zowel in als buiten het speelveld uw gedrag sportief is.
7. Zorg ervoor dat u op de hoogte bent en blijft van spelregels en eventuele wijzigingen.
8. Als official ben je herkenbaar in doen en laten. Je hebt ook een voorbeeldfunctie.
Toeschouwers
1. Gedraag u op uw best. Vermijd het gebruik van grove taal en beledigingen of het belagen van personen.
2. Veroordeel elk gebruik van geweld op en rond het sportpark.
3. Accepteer de beslissing van de scheidsrechter, officials.
4. Zorg ervoor dat uw gedrag sportief is. Een goed voorbeeld doet volgen.
5. Moedig de jongeren altijd aan om zich sportief te gedragen.
6. Denk eraan dat de jeugd voor haar eigen plezier voetbalt en niet voor uw vermaak. Het zijn geen miniprofs.
7. Maak een kind nooit belachelijk en scheld het niet uit als het een fout maakt.
8. Draag bij aan een schoon sportpark, dus ruim je eigen rommel op.
Ouders en verzorgers
1. Keur actief elke vorm van geweld af.
2. Accepteer de beslissing van de leiding en val dit niet in het openbaar af. Bespreek dit achteraf.
3. Steun de mensen die het mogelijk maken dat uw kind kan voetballen / sporten.
4. Geef noodzakelijke informatie over uw kinderen door aan de trainers, leiders en/of bestuurders.
5. Moedig de kinderen aan om volgens de regels te spelen.
6. Stimuleer het kind om goed en op een sportieve manier zijn best te doen ongeacht het resultaat.
7. Bedenk dat kinderen het beste leren door na te doen. Applaudisseer voor goed spel voor beide teams.
8. Maak het kind nooit belachelijk en geef het geen uitbrander als het een fout heeft gemaakt of een wedstrijd heeft verloren.
9. Verander een nederlaag in een overwinning door uw kind te wijzen op de goede momenten van het spel.
10.Bedenk dat kinderen sporten voor hun plezier en niet voor het uwe.
Kantinepersoneel
1. Moedig het gebruik van alcoholische dranken niet aan.
2. Stimuleer andere activiteiten, naast de reguliere sport, om de jongeren te amuseren.
3. Zorg voor een nette en hygiënische omgeving. Een goed voorbeeld doet volgen.
4. Behandel alle gasten altijd correct en vriendelijk.
5. Spreek mensen aan op gemaakte afspraken en op hun misdragingen.